Hoofdstuk 7. Bijzonder bewustzijn.

Na de avondmaaltijd met mijn ouders en broer raakte ik in een bijzondere staat van bewustzijn.
Op de een of andere manier kon ik overal dwars door heen kijken. Door muren, door mensen, werkelijk door alles. Zo was ik in staat een dwars scan te maken van de lichamen van mijn familie. Ik had van mijn broer eens gehoord dat Hippocrates, de grondlegger van de westerse geneeskunde, dit had uitgevonden met behulp van korte elektromagnetische golven. Daarom beschouwde ik het als normaal dat ik dit zonder de benodigde apparatuur kon doen. Ik deed immers wel meer dingen waartoe een normaal mens niet instaat was.
Ik zag dat verscheidene delen van mijn ouders van titanium waren.
‘Waarom hebben jullie stukken titanium in jullie ribben?’
‘Dat is een lang verhaal,’ antwoordde mijn vader. ‘Dat vertel ik een andere keer. In ieder geval hebben wij daarvoor in de plaats bepaalde gunsten gekregen. Voor het een hoort het andere.’
Op het moment dat ik uit de eetkamer wegliep, om naar mijn slaapkamer te gaan, zag ik mijn ouders van plaats wisselen. Mijn moeder ging op de plaats van mijn vader zitten. Mijn vader trok een stoel van tafel weg en ging achter haar zitten.
‘Waarom doen jullie dat?’
‘Ik kom na jouw broer op de tweede plaats,’ riep mijn stiefmoeder. ‘Ik dien jouw vader in bescherming te nemen.’
Ik deed een stap dichterbij en stond nu in de opening van de deur.
‘Pas op voor zijn dolk,’ gilde mijn stiefmoeder. ‘Wie weet wat hij allemaal nog meer voor wapens heeft. Hij weet het zelf niet eens meer. Wij hebben ook onze wapens, maar wanneer het op een gevecht aankomt zijn we nog lang niet jarig.’
Tijdens dat gegil van haar hoorde ik een muursalamander.
‘Ting,’ riep hij zes maal achter elkaar. Gevolgd door een krachtig en waarschuwend Tjak. In die tijd leefden er nog al wat muursalamanders in ons huis. Ik kende ze goed. Ik luisterde altijd zeer nauwkeurig naar hen. Vervolgens raakte ik zo geïnteresseerd in dit reptieltje dat ik mijn bewustzijn in dat van hem verplaatste. Hierdoor draaide het vlak van waarneming, waarin ik mij eerst bevond, met een hoek van 90 graden. De muur waarop hij kroop werd voor mij het horizontale vlak. Vervolgens verplaatste ik mijn bewustzijn naar buiten. Ik keek dwars door de buitenmuur, terwijl mijn waarneming in een langzame beweging terug draaide in de normale stand.
Ondanks dat het in feite buiten al donker was zag ik in een helder diffuus licht de Italiaanse slanke populier van de buren in de avondwind heen en weer wiegen.
Ik draaide mij om en richtte mijn blik op de vloer van de kamer om te kijken waar ik moest lopen. Ik schrok mij het apelazer. De hele parketvloer was verdwenen. Daarvoor in de plaats was een glazen plaat gekomen. Meters beneden speelde zich een merkwaardig tafereel af. Ik zag mijn gestorven voorouders. Ze waren erbarmelijk in gescheurd en smoezelig ondergoed gekleed. Hun huidskleur was vaal, zoals dat van een lijk. De lange tafels waar ze aanzaten lagen vol met kleren die ze aan het herstellen waren.
‘Verlos ons, verlos ons,’ riepen mijn voorouders, terwijl zij met een smekende blik in hun ogen, met scheef getrokken hoofden, mij indringend aankeken.
‘Hoe kunnen jullie het in je hoofd halen om overleden mensen zulke slavenarbeid te laten verrichtten,’ riep ik verbolgen naar mijn broer.
‘Dit moet jij je niet zo aantrekken,’ antwoordde hij en trok aan de mouw van mijn overhemd. ‘Het gaat al eeuwen zo. Dat is beter dan langzaam wegrotten en niet productief zijn. Bovendien, wanneer je iemand opnieuw geboren laat worden in het lichaam van een baby levert dat de eerste zeventien jaar niets op. Ze kosten alleen geld. Op deze manier levert het voor niets nog een aardig bedrag op!’
Bij sommigen zaten grote gaten in hun lichaam. De arm van mijn grootvader lag zielig alleen onder een tafel, naast een hoopje vieze kleren.
‘Ik ben inmiddels de leider geworden van de familie,’ vervolgde mijn broer. ‘Het is altijd de sterkste die de baas wordt. Mijn vader is te zwak en de rest van de familie, neven en nichten zijn niet zo gemeen als ik. Het is dus logisch dat ik dat ben geworden. Ik accepteerde het graag. Deze positie levert aardig wat op en daar gaat het tenslotte om!’
Ik begon te trillen van woede.
‘Rustig nou! Morgen ben jij alles vergeten,’ zei mijn broer en begeleidde mij naar de trap van de eerste verdieping.
Op het moment dat ik in bed ging liggen werd mijn bewustzijn gefixeerd door een glasplaat met switches in mijn lichaam. Het was het volledige elektrische circuit waardoor mijn lichaam werd aangedreven. Ik maakte mij ongerust over enkele switches die in tegenstelling tot de andere schakelingen fel rood van kleur waren. Hier moet ik morgen eens goed naar kijken, misschien moet ik een en ander repareren, dacht ik en viel in een diepe slaap.
De volgende ochtend kon ik mij nauwelijks nog iets herinneren van de gebeurtenissen van de vorige avond.
‘Hoe gaat het met je vanochtend,’ vroeg mijn broer. ‘Indien je nu een goed ontbijt neemt en je thee opdrinkt zal het allemaal wel weer beter met je gaan.’

Volgend Hoofdstuk van Sonstral
Inhoudsopgave
Startpagina

Casparus RH
December 2005. Copyright ©.