Hoofdstuk 20. Iconen.
Voordat ik in Amsterdam ging wonen heb ik eerst een jaar in Tilburg gewoond en niets gedaan.
Al snel kreeg ik daar een goede vriend. Een zoon van een architect. Ik kwam vaak bij hem op bezoek. Hij had een kamer in de drukke winkel straat van Tilburg. In die tijd had hij een vriendin waarmee hij later trouwde. Zij was een dochter van een textielfabrikant in een dorp boven Eindhoven. Een van de keren dat ik bij hem op bezoek was heeft hij mij gedrogeerd. In deze bewustzijnstoestand heb ik er in toe gestemd dat ik hem een uitgebreide iconen collectie ter bewaring gaf die zijn weerga niet kent. Bovendien is mij door hersenspoelingen volledig de herinnering aan deze unieke collectie ontnomen.
Kort daarop was er een tentoonstelling van iconen in een huis op de WO Laan in Den Bosch. Hier liepen enkele mensen rond die zeer verbaasd reageerden toen ik aan de gastheer enkele vragen stelde die van zodanige aard waren dat anderen hier uit konden opmaken dat ik niets over deze iconen wist. Zij vonden dit zeer vreemd. Men was er zeker van dat deze iconen van mij waren.
Rond 1997 ben ik onverwachts bij deze vriend op bezoek geweest en heb toen kennis gemaakt met zijn derde vrouw. Hij was op dat moment bij een klant. Na een half uur kwam hij thuis. Wij begroetten elkaar hartelijk. In de loop van het gesprek vertelde hij dat hij juist een leuke opdracht voor het ontwerp van een balkonnetje had gekregen. Hij vertelde trots dat hij voor dit ontwerp 10.000 gulden had gevraagd, waarmee die klant grif akkoord was gegaan. ‘Ja,’ zei hij. ‘Sufferds zijn er overal. Indien ze mij inschakelen dan vraag ik altijd te veel. Ik ben nu erg bekend geworden. Die sukkels kunnen dan tegen hun buren zeggen dat het ontwerp van mij is.’
Vervolgens vertelde hij, waarschijnlijk om mij te testen, dat hij een bijzonder waardevolle collectie iconen had. Geheel onwetend vroeg ik of deze mocht zien. Hij vroeg of ik een gaatje in mijn hoofd had.
‘Zo’n collectie hoor je niet in huis te bewaren. Veel te kostbaar. Ik heb ze netjes in een kluis bij een bank opgeborgen.’
Een van de eerste associaties die mij dit alles doet herinneren was een voorval in Den Bosch. In het jaar 2000 zat ik op een terrasje in dat bekende straatje met al die restaurants. Ik riep zijn naam terwijl hij met zijn bekende klapvoet langs liep. Hij schrok enorm en werd krijtwit in zijn gezicht. Omdat ik mij hier zo over verbaasde wilde ik meer weten en nodigde hem ter plekke uit voor een etentje, samen met zijn vrouw. Tijdens dat dineetje had hij geen afdoend antwoord op zijn schrik reactie. Wat hij wel wist te vertellen was dat, toen ik zijn naam riep, hij zich onmiddellijk realiseerde dat ik degene was die zijn naam had geroepen.
Ik heb nu een voorstel voor je. Indien je de iconen netjes aan mij terug geeft zal ik over mijn hart strijken. Doe het snel. Wacht niet. Zo niet zijn de gevolgen voor jou. Omdat je weet dat ik mij altijd aan mijn woord houd zal ik dit aanbod gestand doen. Probeer niet rechtstreeks contact met mij op te nemen. Ik wil je beslist nooit meer zien. Maak het sluitend en doe niets onderhands. Met de notarissen in jouw woonplaats heb ik slechte ervaringen. Neem een notaris in Amsterdam en deponeer daar je verklaring. Het moet dus, dit voor de duidelijkheid, een verklaring zijn die door een notaris is opgesteld. Gesloten couverts accepteer ik niet meer. Van niemand. Ik maak geen uitzonderingen. Ik heb al genoeg gif binnengekregen.
Volgend Hoofdstuk van Sonstral
Inhoudsopgave
Startpagina
Casparus RH
December 2005. Copyright ©.