Hoofdstuk 25. Zeedijk.

Ik was ongeveer 22 jaar oud toen ik ’s morgens vroeg, bij zonsopkomst, over de Zeedijk in Amsterdam fietste. Mijn vriendin zat achter op de bagagedrager. We kwamen net van een vaag feestje. Ik dronk in die tijd nauwelijks alcohol. Zij moest zich, lichtelijk aangeschoten, stevig aan mij vast houden. Wat ik niet erg vond.
Mijn mond viel open van verbazing toen ik plotselings JC een tiental meter verderop zag lopen. Hij zag er afschuwelijk uit. Ik wil het niet over zijn kleren hebben. Dit moet hij zelf weten. Hij had een afschrikwekkende kop. Al een paar dagen niet geschoren. De stand van zijn ogen was totaal veranderd. Veel verder uit elkaar dan normaal. Ze stonden enigszins scheef en straalden een diepe gemeenheid uit. De super sadistische mond had hij van mijn broer geleend. Sprekend Göhring. De vorm van zijn kaken was veranderd van rond in vierkant. Onmiddellijk nadat hij in mijn richting had gekeken wendde hij zijn hoofd van mij af.
Toen ik dezelfde dag, aan het eind van de middag, mijn wekelijkse bezoek bracht aan de Sherry Bodega bar sprak ik met JJ over mijn weerzien met JC.
‘Waarom ben je niet naar hem toegegaan? Zou ik wel gedaan hebben,’ zei hij.
Enkele anderen van het Brabantse zoete leventje gingen om ons heen staan. Zij hadden ons gesprek op gevangen en zeiden:
‘Zoiets moet je altijd doen.’
‘Ja maar,’ liet ik blijken. ‘Ik was verrast en voelde mij door dit onverwachte weerzien compleet overvallen. En JC deed alsof hij mij niet zag.’
Een week later waren de meeste lieden van het Brabantse clubje weer aanwezig in de Sherry Bodega bar en kwam JJ op mij aflopen.
‘Je hebt gelijk over JC. Ik ben afgelopen week op de Zeedijk geweest. Na het gesprek van vorige week was ik nieuwsgierig geworden. Ik had hem zo gevonden. Hij zag er inderdaad niet uit. Zeer ongure kop. Eerst werd hij kwaad op mij en vreesde het ergste. Uiteindelijk gaf hij toe dat hij het was. Ik ben toen snel weg gegaan. Ik was bang dat hij mij toch in elkaar zou slaan.’
‘Je meent het,’ zei ik totaal verbaasd.
Er kwamen meer zuiderlingen om ons heen staan. Speciaal voor mij bestelden ze nummer 7, omdat ze wisten dat het mijn favoriete sherry was. Niet te droog, niet te zoet, precies goed en uit een speciale streek in Spanje. Ik kreeg zelfs een portie oude kaas met stokbrood in mijn handen gedrukt. In een hoekje stond Mieke met zwarte kanten handschoentjes en haar diepe bevallige decolleté naar mij te lonken. Hierdoor werd ik erg ongeduldig en wilde een einde aan het gesprek maken. JJ bleef doorgaan. Hij wist dat ik haar leuk vond en indien mijn ogen worden gestreeld door een schoonheid ik geneigd ben niet meer zo goed op te letten. Alles te zeggen wat in mijn hoofd opkomt om mij ervan af te maken. Ik wilde helemaal niet bij hem staan. Ik houd niet van mannen. Als je een vriend hebt draait hij je toch aan het einde van het verhaal een loer.
‘Ik weet van de hoed en de rand. Hij doet dit om aan geld te komen,’ zei JJ.
Ik begreep hem echt niet. Luisterde met een half oor. Ik keek voortdurend naar Mieke. Zij hief haar glas naar mij op. Ik deed hetzelfde. Ik dronk het glas leeg in de hoop mij van het gesprek te kunnen losrukken, zodat ik naar haar kon gaan. Het werd echter schier onmogelijk gemaakt omdat de zuiderlingen de kring volledig sloten.
‘Ik doe dat ook wel eens,’ zei JJ.
De Brabanders sloegen mijn reacties nauwkeurig gade, waardoor ik onzeker werd.
‘Wat bedoel je,’ vroeg ik.
‘Een andere gedaante aannemen. Je moet er wel voor betalen.’
De anderen grinnikten. Alsof zij wisten waarover het ging. Door de sherry raakte ik de draad van het verhaal kwijt.
‘Je moet er geld voor betalen,’ zei JJ voor de tweede keer.
’Hiervoor,’ vroeg ik stom verbaasd en keek naar mijn glas en de kaas.
‘Nee, dat bedoel ik niet. Je moet ervoor betalen als je iemand anders wilt zijn.’
‘Je bent gek. Bij wie kun je dat doen en hoeveel kost het?
‘Bij iemand uit onze oude buurt. Het Blok. Waar onze ouders wonen.’
‘Bij wie dan?’
JJ keek even naar de anderen en toen hij de afkeurende blikken zag zei hij: ‘dat kan ik je niet vertellen. Wanneer je goed nadenkt weet je het. Zo, en nu kun je gaan.’
‘Gaan, van jullie,’ vroeg ik verwonderd en keek de kring rond. Iedereen knikte bevestigend.
Enigszins beneveld probeerde ik daarna Mieke vinden. Ik wilde een avondje met haar op stap. Ik was onder de bekoring van haar zwart kanten handschoentjes die ik vannacht, op zijn minst, had willen uittrekken. Teleurgesteld hoorde ik dat ze weg was gegaan.
Toen ik nog een sherry nummer 7 bestelde hoorde ik van de barman dat men deze soort reeds een maand niet meer in huis had.
Juist toen ik bezig was mijn jas aan te trekken kwam JJ op mij af.
‘Kun je Mieke niet vinden?’
‘Nee. Ik denk dat ze weg is gegaan.’
‘Maak je geen illusie. Zij was het niet echt.’
Niets meer begrijpend ging ik naar huis.
Meer dan dertig jaar later, begin 2005, hartje winter, ben ik JC op de Zeedijk weer tegen gekomen. In dezelfde gemene gedaante.
Ik was op de fiets en had het koud.

Volgend Hoofdstuk van Sonstral
Inhoudsopgave
Startpagina

Casparus RH
December 2005. Copyright ©.