Hoofdstuk 29. Apen op trein.
Waakzaam sluimerend binnen de poorten van droomland werd ik begin jaren negentig opgeroepen door het stamhoofd van een groep apen uit Lopburi in Thailand.
Een andere stam had een van de, zo niet belangrijkste, aapvrouwen van het stamhoofd ontvoerd en meegenomen naar hun woonplaats 200 kilometer verderop. Men was het er unaniem over eens dat dit soort zaken absoluut niet gedoogd kon worden en men overwoog serieus om haar met de trein terug te halen. Er werd een volksvergadering gehouden. Iedereen van de stam was aanwezig. Ik zat als enige op een fauteuil van rotan en werd omringd door de belangrijkste apen van de stam. Tijdens het vervullen van allerlei plichtplegingen en eerbetoon over mijn aanwezigheid kreeg ik van een zeer mooie aapvrouw, op een gouden schaal, een banaan aangeboden. Zonder de banaan aan te raken gaf ik de schaal door aan een van mijn adjudanten. Ik vertelde hem dat de banaan beter vernietigd kon worden. Misschien zat er vergif in. Daarna begon de vergadering en vroeg men om mijn advies.
Ik achtte de reis boven op de trein als zeer gevaarlijk. Daarentegen was het stelen van een vrouw een onverkwikkelijke zaak en kon absoluut niet geduld worden. In het verleden waren er de meest verschrikkelijke oorlogen om gevoerd. De slag om Troje ligt nog vers in het geheugen. Deze tienjarige oorlog begon omdat Paris een belangrijke vrouw, de schoongelokte Helena, van de Grieken had geschaakt.
Na een lange discussie stemde ik er in toe om de reis boven op een trein te ondernemen. Het was immers de snelste en meest overrompelende manier om die vrouw terug te krijgen. Het sprak mij het meest aan dat op deze manier bloedvergieten werd voorkomen. Ik stemde onder een conditie toe. Namelijk dat dit een unieke gebeurtenis zou blijven die absoluut niet voor herhaling vatbaar was. Dit vanwege mijn angst dat de mensen daarna als represaille rare fratsen zouden uithalen.
In de gedaante van een aap zat ik helemaal achteraan op de trein. In mijn zetel, de rotanstoel. Ik weet zeker dat de mensen mij hebben herkend, want toen ik naar hen zwaaide deden ze dit terug.
Toen wij met het vrouwtje, boven op de trein, terugkeerden hoorde ik dat een klein schoffie van een aap de banaan had weg gegrist en opgepeuzeld. Het was kantje boord geweest. Men had het echter snel ontdekt en hem met behulp van bladeren van een speciale boom laten overgeven. Anders was hij beslist dood gegaan. Ik heb toen mijn adjudanten een flink standje gegeven. Ze hadden kunnen weten dat de banaan vol met vergif zat. Het was immers niet uit de lucht gegrepen dat ik die banaan had geweigerd. Het speet hen eeuwig en beloofden mij met de hand op het hart dat ze voor de rest van zijn leven goed voor hem zouden zorgen. Hij kon dit zelf niet meer. Zijn hersens waren beschadigd, waardoor hij niet meer goed kon denken.
Het vrouwtje dat mij de banaan had gegeven was onvindbaar.
Dit verhaal over apen die boven op een trein 200 kilometer aflegden om een vrouwtjesaap terug te halen doet nog steeds de ronde in Thailand. Het haalde zelfs alle kranten over de hele wereld.
Alleen in Nederland stond er niets over een aap in een rotanstoel.
De koningin had het verboden.
Volgend Hoofdstuk van Sonstral
Inhoudsopgave
Startpagina
Casparus RH
December 2005. Copyright ©.