GRONINGSE PERIODE

Hoofdstuk 30. Operatie plekje elleboog.

Onze kinderen waren tijdens de zomervakantie vaak voor een weekje bij de ouders van Ingrid. Toen we in Brabant aankwamen om hen weer op te halen waren zij met een vriendinnetje op het binnenplaatsje aan het spelen. De kinderen zagen vaak een beetje wit als ze voor langere tijd in het zuiden waren. Ingrid en ik dachten dat het door de luchtvervuiling kwam. Met westenwind kwam de ongezonde lucht uit Rotterdam en met de oostelijke zomerwind uit het Duitse Roergebied. In het noorden aan de Waddenzee, waar wij woonden, was de lucht aanmerkelijk schoner.
Ik zocht mijn vaste plekje op aan de keukentafel. Het was de enige plaats waar je niet hoefde op te staan wanneer er iemand van tafel ging. Er kon ook niemand tegen mijn rug aankijken. Vanuit die plek kon ik direct op de binnenplaats kijken en de kinderen zien.
Opa kwam bij ons aan tafel zitten, terwijl Oma bij de kinderen bleef om nog wat eten in hun mond te proppen. Ze wenkte naar Ingrid. Oma liet haar de achterkant van de elleboog zien van het vriendinnetje. Ik zag door het raam dat er een pleister op zat en stond op om te kijken wat er aan de hand was. Oma en Ingrid gebaarden dat het niet nodig was.
‘De pleister mag er pas over enkele dagen af,’ riep Oma door de openstaande keukendeur. ‘Het is niets bijzonders.’
Ingrid kwam weer naar binnen en vertelde dat men in het ziekenhuis een plekje op de elleboog had verwijderd.
‘Wat voor een plekje?’
‘Daar kunnen we niet over praten,’ zei Opa. ‘Het was een bultje op de rechter elleboog. Misschien wordt het je allemaal nog eens duidelijk. Dat hoop ik voor jou. Ik wil je wel vertellen dat de tijden heel anders zijn geworden.’
‘Wat bedoelt u met tijden?’
‘De dagen zijn veel korter geworden! De aarde draait veel sneller. Een dag gaat veel sneller dan toen ik jong was. Toen ging een hond een of twee jaar mee en denk eens goed na hoe lang hij nu leeft. Vroeger had je zelfs binnen een week een volwassen kip uit een ei. Ik heb al te veel gezegd. Ik wilde dit aan jou vertellen. Het is misschien goed dat je het nu niet begrijpt. Jij begrijpt het niet omdat je geen idee hebt over tijd. Jij leeft zonder tijd. Van jouw soort hebben ze er al heel wat vermoord! En wij, wij zijn gewoon honden.’
Ik dacht, die Opa, hij spreekt wartaal. Hij wordt wel oud!
‘Wat bedoelt u met honden? ’
‘Wij zijn honden,’ zei hij nogmaals. ‘Ik weet nu dat ik een ellendige dood zal sterven. Gewoon omdat ik dit vertel. De andere honden horen het nu. Zo niet, dan komen ze erachter dat ik hier over zaken zit te praten die jij niet mag weten.’
Hij maakte wel lange zinnen. Normaal gesproken zei hij nooit meer dan een enkele korte zin. Zo verbitterd. Antidepressiva zoals neurotransmitters waren er nog niet.
Mijn blik dwaalde naar buiten, naar de spelende kinderen.
Ingrid keek verbijsterd, wanhopig, naar haar vader en liep vervolgens naar buiten. Toen zij weer terugkwam, zei Opa tegen haar: ‘misschien is het wel goed dat hij het niet begrijpt, niets weet, hopelijk komt zijn tijd wel!’
‘Maar ja,’ zei Opa vervolgens tegen mij en keek mij doordringend aan. ‘Dan moet je wel erg veranderen van karakter. Jij bent veel te zacht en gelooft iedereen. Tegen die honden kun jij niet zo een twee drie op. En omdat je onschuldig bent en van niets weet kunnen ze jou iedere keer opnieuw te grazen nemen.’
Oma kwam naar binnen lopen, zichtbaar blij omdat de kinderen alles op hadden gegeten en vroeg of wij nog koffie wilden.

Volgend Hoofdstuk van Sonstral
Inhoudsopgave
Startpagina

Casparus RH
December 2005. Copyright ©.