Hoofdstuk 35. Janny Veger.

Enkele jaren nadat Ingrid was overleden adviseerde mijn broer op zoek te gaan naar een vrouw waarmee ik voor de dag kon komen.
‘Al dat gescharrel is niet goed voor jou,’ vertelde hij. ‘Daar word je zo onrustig van. Bovendien is het niet goed voor je kinderen.’
‘Ik zou niet weten hoe ik zo iemand kan ontmoeten,’ antwoordde ik hem.
‘Misschien via een advertentie,’ opperde hij. ‘Er zijn enkele kranten waar advertenties instaan van mensen op jouw niveau.’
‘Ik zal er over nadenken.’
‘Wanneer je slim bent geef je aan de krant mijn postadres op. Anders krijg je al die reacties, die brieven, bij je thuis. Het hele dorp weet dan waarmee je bezig bent.’
Na lang wikken en wegen heb ik een poging gewaagd. Aan de krant gaf ik het adres van mijn broer op. Tot mijn verbazing kreeg ik meer dan honderd reacties. Ik ontving zelfs hele epistels. Tien vellen papier met het hele hebben en houwen. Inclusief twintig foto’s van hun hond en kinderen. Van hun huizen. Van de straat waar ze woonden.
Een brief viel mij op. De dame in kwestie was iets jonger dan ik en hield ervan op zondagochtend appeltaart te bakken. Die is het dus uiteindelijk geworden. Bovendien was het zeer gemakkelijk dat ze in de stad Groningen woonde. In een mooi huis. In een mooie straat.
De Verlengde Drift.
Kortom het ultieme genot.
Haar man was vliegtuig instructeur en tijdens het lesgeven met drie andere mensen neergestort en verongelukt.
‘Hij was enorm roekeloos,’ vertelde Janny Veger. ‘Hij ging net altijd even over het randje van zijn kunnen. Na het ongeluk hadden ze lichaamsvreemde stoffen in zijn bloed aangetroffen. De verzekering achtte zelfmoord niet uitgesloten. Zo was hij absoluut niet. Het heeft nog even gehangen dat ik helemaal niets zou krijgen. Het is in een apart gehouden bestuursvergadering aan de orde gesteld. Uiteindelijk zijn ze over de brug gekomen. Anders had ik op een flatje drie hoog moeten gaan wonen.’
Via haar kwam ik in contact met verscheidene mensen van de straat waar zij met haar drie kinderen woonde. Ik kwam in contact met haar familie. Haar vader was gepensioneerd en in zijn werkzame leven voorzitter geweest van een grote boerenbond. Ik kwam wel eens met Janny bij haar vader en moeder op bezoek. Ik verbaasde mij altijd dat er een schilderij van Helmantel boven de bank hing. Volgens Janny hadden ze dit werkelijk unieke exemplaar in ruil voor een bewezen dienst gekregen. Zij vroeg mij daarover niet met andere te praten.
‘Het is nog al diefstal gevoelig,’ beweerde zij.

2
Janny en ik gingen vaak voor een lang weekend op stap. Zo zijn wij eens bij vrienden van haar in België op bezoek geweest. Deze vrienden woonden tegen de grens van Nederland, tegen Limburg aan. Hij werkte als internist in een ziekenhuis in België.
‘Deze tegeltjes tippen natuurlijk niet bij die van jou,’ zei hij, terwijl hij naar de vloer in zijn huis wees.
‘Wat bedoel je daarmee?’
‘Nou, in al die panden en die landhuizen in het oosten van Nederland.’
‘Wat zeg je nu?’
‘Ja, daar heb ik heel veel over gehoord. Doe nu niet alsof je van niets weet.’
‘Ik begrijp niet waar je het over hebt.’
‘Ik zit dicht bij het vuur. Ik kom uit die streek. Dan hoor je nog eens wat.’
Janny zat al die tijd, zonder iets te zeggen, met een uitgestreken smoelwerk naar mij te kijken. Heel in de verte een flauwe glimlach. Zij was anders assertief genoeg.
‘Je bent toch een Roland Holst?’
‘Doe niet zo belachelijk.’
‘Je krijgt ook nog een flinke uitkering van de familie.’
‘Hoeveel zou dat dan zijn?’
‘Ik heb gehoord dat het 1000 Euro per maand is.’
‘Ik heb daar nog nooit iets van gezien. Dat is dus niet waar.’
Op een geven ogenblik reden we naar een stadje in de omgeving. Op de markt strekten zich enorme terrassen uit. De gastheer gaapte mij verbaasd aan toen ik voorstelde om even te gaan zitten en wat te drinken.
‘Ik dacht dat jij dat niet kon. Veel te gevaarlijk voor jou. Iedereen ziet jou. Dat kan niet goed gaan. En noch wel bier ook. Op zich kun je geen alcohol verdragen. Bovendien kan iedereen er wat ingooien.’
‘Wat ingooien?’
‘Dat weet je toch wel. Dan moeten we naar het ziekenhuis om je maag leeg te pompen. We zijn er anders zo met mijn auto. Je kunt achter in de Volvo liggen. Ik ken de weg. Ook in het ziekenhuis natuurlijk. Wat dat betreft wel gemakkelijk.’
Ik keek de andere kant uit en vroeg me af waar hij het over had.
Op de terugweg naar Groningen zijn Janny en ik nog bij mijn broer in Limburg op bezoek geweest. Op de een of andere manier kon ik tijdens dat bezoek niet om mijn intuïtie heen. Ik had het merkwaardige gevoel dat Janny hen goed kende.
Hetzelfde overkwam mij tijdens een bezoek van Janny en mij aan de familie Dijkgraaf uit Delfzijl. Hier versprak zij zich volledig en kon ik opmaken dat zij elkaar goed kenden. Alhoewel zij dit later ten stelligste ontkende.
Sinds mijn verblijf in Thailand is bij mij het angstige vermoeden ontstaan dat zij een directe nakomeling is van Gust. A. Sonstral. Dat ik al die jaren in het hol van de leeuw geleefd heb.
In een van mijn dromen suggereerde een stem dat haar man absoluut geen roekeloos karakter had. Piloten worden speciaal daarop getest. Vlak voordat hij les moest geven was de vader van Janny in Eelde op de vliegtuigschool geweest.

Volgend Hoofdstuk van Sonstral
Inhoudsopgave
Startpagina

Casparus RH
December 2005. Copyright ©.