Hoofdstuk 42. Golfclub.
Ik woonde na 35 jaar weer in het zuiden. Beneden de grote rivieren. Omdat ik bijna niemand meer kende besloot ik om lid te worden van een golfclub. Niet dat het spelletje mij zo bekoorde, maar om nieuwe kennissen op te doen. Bij die club kreeg ik een aanvaring met de voorzitter. Hij ging vlak voor mij staan. Vanwege zijn nogal opdringerige houding deed ik een stap naar achteren. Waarop hij weer een pas vooruit deed.
‘Ik ken jouw soort wel,’ riep hij luid in aanwezigheid van enkele tientallen anderen.
‘Wat bedoel je?’
‘Jij bent een Roland Holst en dat zijn joden!’
‘Waar haal jij het lef vandaan om zo’n toon aan te slaan. Zo’n discriminerende opmerking siert je niet. Zeker een voorzitter dient zich daar van te onthouden. Schandalig wat je zegt. De familie waarvan jij de naam noemt is een van de alleroudste families in Nederland. Het zijn geen joden. Bovendien gaat jou dat niets aan. En mijn afkomst gaat jou ook niets aan. Daarnaast weet ik van niets.’
Daarop liep ik van hem weg om op het terras mijn golfschoenen aan te trekken.
Leo, de zoon van een apotheker en vriend van mijn broer, zat op een bank koffie te drinken. Hij was met stomheid geslagen vanwege de vreemde discussie die hij zojuist had aangehoord. Hij stelde voor om samen een spelletje te golven en toen we de baan opliepen vroeg hij:
‘Weet je dan niets over je afkomst?’
‘Ik vind het allemaal wel typisch wat ik nu op zaterdagochtend allemaal moet aanhoren. Wat zou ik moeten weten?’
‘Vreemd, zeer vreemd. Ik begrijp niet wat er aan de hand is,’ zei hij, terwijl hij zijn hoofd schudde. ‘Ik heb van jouw broer gehoord dat je alles over jouw afkomst weet. Binnenkort komt hij bij mij langs en zal ik hem er over aanspreken.’
Dit was de laatste keer dat ik hem zag. Enkele weken later hoorde ik dat hij plotseling was overleden. Het gerucht ging dat hij nogal onder verdachte omstandigheden was gestorven.
Een latere versie over zijn overlijden luidde dat hij door nekkramp was doodgegaan. Dit vond ik een zeer vreemd verhaal. Ik wist mij duidelijk te herinneren dat men mij verteld had dat zijn armen blauw waren na zijn overlijden. Nog steeds vraag ik mij af wie zijn huisarts was en wat als doodsoorzaak vermeld is. Het liefst zou ik hem willen laten opgraven en laten onderzoeken of er giftige stoffen, zoals sporen van blauwzuur gas, of andere lichaamsvreemde stoffen, aangetoond kunnen worden.
Na de aanvaring met de voorzitter van de golfclub ben ik nog een paar maal op die club geweest. Ik weet niet wat er zich in die tussentijd had afgespeeld. De blikken van enkele lieden die daar rond liepen waren voor mij een reden om daar niet meer te komen.
Toen ik, enige tijd daarna, de voorzitter in het plaatselijke winkelcentrum tegenkwam keek hij mij aan alsof ik een hond was. Zijn blik ging eerst naar mijn schoenen en vervolgens langs mijn lichaam naar boven. Niet een maal, maar twee tot drie maal achter elkaar. Toen was de maat voor mij vol en besloot ik nooit meer op die club te komen en alle post ongeopend in de prullenbak te gooien.
Voorts herinner ik mij nog een voorval van een andere typische doodsoorzaak van een oude vriend van mij uit mijn ouderlijke omgeving. Toen ik ongeveer 22 jaar oud was, ontmoette ik thuis een oude vriend van mij van de lagere school. Zijn voornaam was Clemens. Hij was, ondanks zijn nog jonge leeftijd, bijna op de universiteit afgestudeerd. Zijn vader was destijds minister van overzeese gebiedsdelen. Op het moment dat ik de voorkamer binnen liep was hij druk met mijn stiefmoeder in gesprek. Nadat wij elkaar hadden begroet, zei mijn stiefmoeder: ‘Clemens is hier even op bezoek Wij hebben wat te bespreken. Als je ons nog even alleen laat zien wij elkaar straks.’
Een paar maanden later kwam ik weer thuis en hoorde dat mijn broer plotseling naar Italië was vertrokken.
‘Waarom?’
‘Hij moest wat zaken regelen.’
‘Hoe is hij gegaan?’
‘Met de trein. Dat is het goedkoopste.’
Enige maanden later, toen ik weer thuis kwam, hoorde ik dat Clemens aan huidkanker was overleden.
‘Hij was op vakantie in Italië geweest,’ vertelde mijn stiefmoeder. Hij heeft daar veel te lang en te vaak in de zon gezeten. Wel erg vreemd dat hij blauw zag.’
Ook hier vraag ik mij hetzelfde af: wie was zijn huisarts en wat was de officiële doodsoorzaak?
Volgend Hoofdstuk van Sonstral
Inhoudsopgave
Startpagina
Casparus RH
December 2005. Copyright ©.