Hoofdstuk 43. Sterrenkijker.
Een van mijn vrienden, een broer van een kunstschilder uit Amsterdam, kwam samen met een jongere zus van hem bij mij op bezoek in Den Bosch. Hij woonde in Den Haag en werkte bij een bank. Zijn zus woonde in Brussel en pretendeerde een kwezeltje bij de nonnetjes te zijn.
Hij had juist een professionele sterrenkijker gekocht en liet deze met trots zien. Hij had hem gekocht van een man uit de Achterhoek die zodanig ziek was dat hij er afstand had van moeten nemen.
‘Het was een koopje en ik kon de verleiding niet weerstaan,’ vertelde GR.
‘Kijk,’ vervolgde hij. ‘Ik behandel de kijker als een vrouw.’
Hij streelde zacht met zijn handen over de ritsluiting en stripte sensueel de hoes er van af.
‘Mag ik er even door heen kijken?’
‘Nee, dat kan niet.’
‘Waarom niet?’
‘Dan zie je allerlei dingen.’
‘Dat is toch de bedoeling?’
‘Nee, het kan echt niet. Dan krijg ik weer overhoringen van JW. Hoe die dat doet en hoe hij bij mij komt is een raadsel. Mijn vrouw ziet hem niet eens, terwijl hij gewoon komt wanneer zij er bij is. Zij vind het raar dat ik dan in mij zelf zit te praten. Ook komt hij vaak wanneer ik slaap.’
‘Je zit te zwetsen.’
‘Nee, hij heeft mij talrijke malen gezegd dat jij er nooit door heen mag kijken.’
‘JW,’ vroeg zijn zus zichtbaar geschrokken. ‘Jongen toch! Kijk uit! Die is beslist niet mals.’
‘Die overhoringen zijn zeer vervelend,’ ging mijn vriend verder. ‘Zo niet slopend. Of ik nu wil of niet, ik moet alles vertellen. Hij weet veel zaken over mij. Wanneer ik lieg loopt het helemaal slecht met mij af. Dan krijg ik minpunten. Direct kom ik nog in de put. Liever jij dan ik.’
Na enig aandringen kreeg ik hem toch zover dat hij mij toestond door de kijker te zien.
Juist op het moment dat ik er voor ging staan riep hij: ‘nee, het kan echt niet, hoorde ik zojuist.’.
‘Hoorde je zojuist,’ vroeg zijn zus angstig. ‘Van JW zeker?’
GR knikte bevestigend.
‘Niet doen dus,’ gilde zij. ‘Hij mag er absoluut niet door heen kijken.’
‘Ik begrijp het niet. Waarom dan niet?’
‘Dan zie je al die schijven. O jee, nu heb ik al te veel gezegd.’
‘O, jongen toch,’ riep zijn zus. ‘Wees toch eens bedacht!’
In de loop van het bezoek vertelde GR dat hij uiterst voorzichtig was geweest bij de aankoop van de kijker. Ook de man van wie hij hem gekocht had was op de hoogte van de heikele kwestie. Van iedereen die een sterrenkijker in een winkel koopt worden adressen en namen genoteerd. Daarna komt er een predikant van het Sonstral geloof op bezoek die hen het een en ander inprent. Wanneer zij iets over bollen aan het firmament aan anderen vertellen dan loopt het verkeerd met hen af. Voorts sprak GR toch zijn mond voorbij en vertelde dat de maan de maan niet meer was.
Voordat zij weg gingen vertelde GR mij dat hij Adolf Dijkgraaf en zijn vrouw had leren kennen.
‘Hoog in de Zwitserse Alpen. Tijdens een ski vakantie. In een restaurant. Bijzonder toevallig.’
Enige weken later kwam ik zonder aankondiging bij GR op bezoek in zijn huis op de Jan van Gentstraat in Den Haag. Zijn vrouw opende de voordeur. Binnen zat GR bij de openhaard in een boekje te snuffelen. Nadat hij mij begroet had ging hij hiermee verder.
‘Wat ben je aan het doen,’ vroeg ik.
‘Even wachten,’ antwoordde hij.
Ik was wel een en ander gewend van hem. Eenmaal maakte ik het mee dat, toen hij bij mij op bezoek was, hij gewoon de krant ging lezen. ‘De aandelen zijn behoorlijk gezakt. Weer veel geld verloren. Goed, ik ga weer, het was gezellig.’ Daarop verliet hij mijn huis.
‘Wat is dat voor een boekje,’ vroeg ik hem.
‘Er staat een lijst in van alle adellijke families en patriciërs van Nederland.’
‘Lijkt mij leuk om daarin te kijken,’ zei ik sarcastisch. ‘Wat heb je eraan?’
‘Zoals je weet ben ik bij de bank ontslagen. Ik zit nu na te pluizen of er iemand in staat die mij aan een baan kan helpen.’
‘Dan kun je toch beter alle advertenties in de krant bestuderen. Dan weet je meteen of er ergens een vacature is.’
‘Dit is de kortste weg. Hier staan alle referenties in die ik mag bellen. Dat is een van de functies van het boekje. Ik wil leraar worden. Ik wil solliciteren bij een Hoge school in Amsterdam. Misschien kan een van degenen die in het boekje staat mij verder helpen. Je kunt ze natuurlijk niet zomaar zonder meer bellen. Je moet wat te bieden hebben.’
‘Mag ik het eens inzien?’
‘Nee, dat gaat boven je pet.’
Toen hij naar het toilet ging en zijn vrouw in de keuken de koffie inschonk sloeg ik snel het boekje open. Wat mij onmiddellijk opviel was dat de naam Sonstral bij veel families als een van de voorouders werd vermeld. Ook bij de familienamen van de burgemeesters van de dorpen in de kop van Groningen waar ik destijds gewoond had. Ik wist wel dat deze burgemeesters gezien hun dubbele namen blauw bloed hadden. Alhoewel zij zich daar niet naar gedroegen. De naam Sonstral kwam ik eveneens bij de familie Dijkgraaf en de afgezette burgemeester van Amsterdam tegen.
Toen ik het toilet hoorde doortrekken en de keukendeur hoorde opengaan legde ik het boekje met de rode kaft snel op tafel terug.
Nadat ik mijn koffie had opgedronken excuseerde ik mij. Ik wilde weg. Ergens begon er iets te dagen. Ik wist alleen niet wat. Op weg naar huis dacht ik er de hele tijd over na. Er was iets totaal verkeerd. Ik kon er niet achterkomen. Ik kon mij wel een verhaal van mijn broer herinneren. Hij had mij eens verteld dat zij een officieel schrijven hadden ontvangen waarin vermeld werd dat zij in aanmerking kwamen voor de hoogst adellijke titel.
‘Prins kan natuurlijk niet,’ zei hij. ‘De titel van hertog konden wij gemakkelijk krijgen. Wij hebben dit echter afgeslagen. Voor de eer bedankt. Wij willen niet opvallen!'
Volgend Hoofdstuk van Sonstral
Inhoudsopgave
Startpagina
Casparus RH
December 2005. Copyright ©.