Hoofdstuk 45. Mariecke van Nimweghen.

Ik weet dat het onwaarschijnlijk klinkt, maar ik kwam Mariecke van Nimweghen in 1997 opnieuw tegen. Indien ik mij had herinnerd wat zij mij had aangedaan door mij op jonge leeftijd op de WO Laan in Den Bosch in de elektriciteitskast op te sluiten was ik natuurlijk nooit met haar in een liefdesnestje gedoken.
Het was niet anders. Het is gebeurd!
Zij wist het wel. Dat kan niet anders!
Van de andere kant kan ik de conclusie trekken dat deze relatie mij heeft geholpen bepaalde gedeeltes van de puzzel over mijn leven in elkaar te passen.

Zij nodigde mij eens uit voor een etentje bij een vriend van haar. Deze vriend woonde samen met zijn vrouw in Rosmalen. Vlak voor het diner kreeg ik een borrel van de gastheer. Ik vond het typisch dat hij deze borrel uit de keuken haalde. Hij schonk deze borrel dus niet aan tafel voor mij in. Onder de maaltijd hieven zij enkele liederen aan die ik vaag herkende van andere gelegenheden. Onder dit gezang werd ik doodziek. Het duurde enkele weken voordat ik hersteld was.
Een van de laatste jaren dat ik in Den Bosch woonde belde een oude vriendin van mij op. Ik had haar vroeger in Amsterdam leren kennen. Zij heette Pia en woonde destijds op het Kattenlaantje. Tussen de Overtoom en het Vondelpark in. Al die jaren had ik het contact met haar aangehouden. Zij woonde inmiddels al jaren samen met een gepensioneerd commandant van een onderzeeër, ene Eric Zwaan. Midden in het bos, vlakbij Schipluiden. Via Pia had ik enkele jaren geleden mijn vorige vriendin Maria uit Breda leren kennen.
Pia vroeg of zij samen met Eric eens gezellig bij mij langs mocht komen. Daarop nodigde ik hen uit voor een etentje in mijn huis, zodat zij Mariecke zouden leren kennen. Mariecke zou de maaltijd verzorgen. Gelukkig ben ik toen niet ziek geworden.
Wel is, kort daarop, alles uit mijn systeem gewist. Toen ik even naar het toilet ging hoorde ik, ondanks het gefluister, dat Mariecke, Pia en Eric elkaar goed kenden, terwijl ik veronderstelde dat dit de eerste keer was dat zij elkaar zagen. Mijn intuïtie vertelde mij hier niets van te laten blijken.
Maanden later kreeg ik een nogal merkwaardig telefoontje van Pia. Zij had op oudejaarsdag een brief van Mariecke gekregen. Inmiddels was de relatie tussen Mariecke en mij verbroken. In deze brief stond, vertelde zij, dat Mariecke hen nog eens graag wilde ontmoeten. Zij vond het jammer dat zij hen, na een enkele ontmoeting, niet meer zag. Pia wist niet wat ze moest doen en vroeg mij op een indirecte manier om advies. Ze had al genoeg vrienden. Ze had er geen behoefte aan om haar kennissenkring uit te breiden. Nadat zij de telefoon had opgehangen vroeg ik mij af waarom ze mij hierover had gebeld. Ik kon het niet bevatten.

Mariecke had kunstgeschiedenis gestudeerd. In die hoedanigheid schreef zij, naast haar baan als lerares, catalogi over kunst. Zij had verscheidene klanten. Een daarvan was een hoogleraar met de naam Ploeg uit Amsterdam. Deze hoogleraar was tevens handelaar in kunst. Mariecke ging enige weken achter elkaar op een woensdag middag naar zijn huis aan een van de Amsterdamse grachten. Achteraf begrijp ik dit niet zo goed. Thuis had zij alle studieboeken waaruit zij informatie kon halen.
‘Binnenkort houdt hij een expositie,’ vertelde ze. ‘Het zou leuk zijn wanneer je mee gaat.’
Toen wij daar binnenkwamen waren er een tiental genodigden. Na een officiële inleidende speech vertrok iedereen onmiddellijk. Behalve een schrijver die in de jaren zestig furore had gemaakt met een boek waarvan ik heb begrepen dat er inmiddels twaalfmiljoen over de plank zijn gegaan. Ik had al veel verhalen over deze man gelezen. Een telkens terug kerend verhaal in de krant was dat er twijfels bestonden over zijn auteursschap aangaande dit boek. Ik probeerde een gesprek met hem aan te knopen, maar hij wist niets te zeggen. Ik kreeg zelfs de indruk dat zijn verstand op nul stond.
In mijn dromen had ik begrepen dat er zich bepaalde zaken afspeelden. Dat de professor het boek van iemand had gestolen. En een deal had gemaakt. Hij had iemand anders nodig die zich kon uitgeven als de schrijver. Dit kon hij zelf niet. Ik vond het jammer dat tijdens die expositie Adolf Dijkgraaf en zijn vrouw niet aanwezig waren. Ik herinnerde mij het gesprek tijdens de zeiltocht op de Dollard, toen ze mij vertelden van plan waren een schilderij bij hem te kopen.

Over Pia heb ik onlangs een herhalende droom van twintig jaar geleden gehad. Ik luisterde via mijn droomlichaam een gesprek af dat ze met een vriend van haar voerde. Dit gesprek vond plaats in het huis waar zij destijds in Amsterdam, in de omgeving van het Concertgebouw, met hem woonde. Deze vriend kwam oorspronkelijk uit Alkmaar. Hij was bijna twee meter lang.
‘Ik gooi je uit het raam,’ hoorde ik Pia zeggen.
‘Dat durf je toch niet,’ antwoordde haar vriend Paul.
‘Wanneer je iets over Caspar naar buiten brengt doe ik het wel!’
Een week daarna hoorde ik van Pia dat hij zelfmoord had gepleegd door uit het raam te springen.
‘Hij was altijd zeer depressief,’ vertelde Pia door de telefoon.
‘Daar heb ik, toen jullie bij mij op bezoek waren, niets van gemerkt.’
‘Hij was het niet altijd. Hij had er bij vlagen last van.’
‘Vreemd,’ antwoordde ik. ‘Ik weet wat depressiviteit is. Ik weet dat je dit niet bij vlagen hebt.’
‘En toch was dat zo. Gewoon niet leuk!’
In dezelfde herhalende droom hoorde ik een stem die mij vertelde dat haar vriend, gezien het feit dat hij uit Alkmaar kwam, over zeer goede informatie over mij beschikte.

Volgend Hoofdstuk van Sonstral
Inhoudsopgave
Startpagina

Casparus RH
December 2005. Copyright ©.