Hoofdstuk 46. Concentratie stoornis.
Mijn vader had veel bijbaantjes om zijn aanzien in de omgeving te verhogen. Zo was hij onder meer voorzitter van de raad van kinderbescherming.
Ik vroeg hem of dat veel tijd in beslag nam.
‘Dat valt wel mee. Af en toe moet ik die kinderen ondervragen en een rapport op stellen. Met een ondervraging ben ik anderhalf uur kwijt. Een rapport is snel opgesteld.’
‘Waar neemt u die ondervraging af en geeft u ze iets te drinken?’
‘Hier bij mij op kantoor,’ gniffelde hij. ‘Ik geef ze koffie.’
Daarnaast was hij voorzitter van het plaatselijke wit gele kruis. In die hoedanigheid had hij een zoon van een vriend, uit een bekende Tilburgse familie, aan een huisartsen praktijk in een dorp onder de rook van Den Bosch geholpen.
‘Wordt u dan patiënt van hem?’
‘Dat is niet zo verstandig. Je moet de zaken van het meisje gescheiden houden.’
Toen ik op mijn vijftigste weer in Brabant ging wonen heb ik mij bij deze huisarts aangemeld als patiënt. Hij accepteerde mij onmiddellijk. Ondanks het feit dat ik van anderen had begrepen dat zijn praktijk zo vol was dat hij geen patiënten meer kon aannemen.
Achteraf bekeken zijn er veel zaken enigszins dubieus verlopen. En dat is zacht uitgedrukt.
Op een gegeven ogenblik ontdekte ik dat mijn urine een rode kleur had. Ik ben onmiddellijk naar het bezoekuur gegaan. Daarop onderzocht hij mij anaal. Ik bleek een ontstoken en sterk vergrote prostaat te hebben.
‘Ben je wel eens anaal gepenetreerd,’ vroeg hij, terwijl zijn hand langzaam langs zijn broekriem gleed, zoals een nicht kan doen.
Dezelfde avond sprak ik mijn verbazing hierover uit bij mijn vriendin.
‘Belachelijk, anaal gepenetreerd,’ vertelde ik haar. ‘Hoe komt hij daarbij! En dan nog dat gebaar!’
Een ander keer vroeg ik hem een brief voor mij op te stellen. Ik moest namelijk voor de rechter in Den Bosch verschijnen. Ik legde hem uit dat ik niet in staat was dit te doen. Ik leed onder concentratie verliezen. Ik kon mij doodeenvoudig niet bij de les houden. Ik had het zo moeilijk dat ik niet eens een krant kon lezen. Reeds na een alinea wist ik niet meer waar het over ging. Hij begon schamper te lachen.
‘Dat kan en mag ik niet doen. Ik kan dat weten. Ik werk als arts een dag per week voor de rechtbank. Een huisarts mag nooit een verklaring afgeven dat een van zijn patiënten ziek is.’
‘Dat begrijp ik niet,’ antwoordde ik. ‘Je hoort vaak dat dit wel gebeurt.’
‘Het gebeurt wel, maar het mag niet! Nogmaals, ik kan dat weten.’
‘Maar ik kan helemaal niet komen! Ik kan mij niet concentreren. Alles voor mijn ogen is een zwarte massa.’
‘Ach, weet je wat. Ik zal een algemeen briefje opstellen. Dan zien we wel.’
Ik weet niet meer precies wat er in dat briefje stond. In ieder geval bleek er wel uit dat ik aan concentratie stoornissen leed en mij niet goed voelde.
Uiteindelijk heeft de rechter bepaald dat ik op de rechtszitting moest verschijnen. De reden om niet te komen was niet doorslaggevend genoeg. Ik vond dit zeer vreemd. Ik had een week daarvoor in een krant gelezen dat een rechtszitting op het Internationale Vredeshof in Den Haag werd afgelast vanwege griep van een verdachte oorlogscrimineel.
Vlak voordat ik enkele maanden uit Nederland weg zou gaan vroeg ik hem voor antidepressiva en medicijnen voor mijn maag. Ik vertelde hem dat ik van plan was om naar Nepal te gaan. Ik kreeg deze medicijnen altijd voor een periode van drie maanden. Ik had deze medicijnen nog slechts voor een enkele week. Hij begon ongelooflijke problemen te maken. Hij wilde gewoon geen recept voor mij uitschrijven! Pas toen ik hem wees op de eed die hij als huisarts had afgelegd ging hij overstag. Hij gaf mij echter voor een enkele maand medicijnen mee in plaats van de, al jarenlange, gebruikelijke drie maanden. Ik neem aan dat hij wel het volle pond bij de verzekeringsmaatschappij heeft gedeclareerd.
Zelfs toen ik in Nepal was ondervond ik tegenwerking van hem. Ik kreeg daar last van mijn maag. Ik vertelde de arts dat er via een maagonderzoek in een Nederlands ziekenhuis enkele afwijkingen waren geconstateerd. Ik wist echter niet precies wat de medische termen waren. Daarop heb ik mijn huisarts via een email gevraagd wat de medische termen hiervoor waren. Hij weigerde ronduit deze informatie aan mij te geven!
In het laatste jaar van mijn verblijf in Brabant, vlak voordat ik naar Azië zou gaan, werd ik door een kennis voorgesteld aan een vrouw uit een Oostblokland. Ze deed het goed in Nederland, was afgestudeerd als psychiater en werkte enkele dagen per week bij de rechtbank in Den Bosch.
Ik had veel bewondering voor haar tot mijn klomp uitschoot. Ze had mij uitgenodigd om mee te gaan naar een balletvoorstelling in Amsterdam. Onderweg vertelde ik haar over de mensonwaardige omstandigheden, de aftakeling, waaronder mijn vrouw was gestorven. Om in te gaan op haar professie vertelde ik dat ik geregeld met mijn vrouw naar de stad ging om boodschappen te doen. Zij zat in een rolstoel en wanneer ze aan iemand een vraag stelde kreeg zij niet het antwoord, maar ik. Een keer maakte ik zelfs mee toen zij aan de winkelierster om lingerie vroeg deze aan mij de vraag stelde welke maat ze precies had.
‘Dat is een bekend fenomeen in de psychiatrie,’ vertelde zij. ‘Ik wilde het zelf eens aan den lijve ervaren. Ik heb de proef op de som genomen en heb mij in Amsterdam in een rolstoel laten voorduwen. Niet in Den Bosch natuurlijk. Iedereen kent mij daar. Zoals je zegt, men reageert dan bijzonder merkwaardig.’
‘Waarom heb je dat gedaan,’ vroeg ik. ‘Vooral jij als psychiater moet weten dat het zo gaat.’
‘Ach ja, ik wilde dit voor mij zelf vaststellen.’
‘Ik begrijp echt niet waarom je dit gedaan hebt,’ zei ik weer. ‘Om te weten wat oorlog is hoef je het niet me te maken. Bovendien weet je dit door je studie.’
De rest van de avond was zij stil.
Diezelfde nacht droomde ik dat deze dame bewust in mijn richting is geschoven. Mijn broer had, met behulp van haar, in samenwerking met mijn huisarts, op slinkse wijze, getracht mij ontoerekeningsvatbaar te verklaren.
Volgend Hoofdstuk van Sonstral
Inhoudsopgave
Startpagina
Casparus RH
December 2005. Copyright ©.