Hoofdstuk 53. Terug uit Thailand.
Toen ik begin 2005 terug kwam uit Thailand hadden al mijn spieren het begeven. Ik kon nauwelijks een kopje koffie optillen. Ik had een enkel doel voor ogen en dat was een begin te maken met mijn verhaal over mijn gewiste herinneringen. Door deze intentie lukte het mij langzaam omhoog te krabbelen.
Op een van mijn wandelingen liep ik over de Nassaukade. Dit omdat ik mij een vreemd voorval herinnerde van 35 jaar geleden toen ik in Amsterdam woonde.
Er was destijds iets verkeerd met de aanduiding van de straten. Enkele straatnaamborden gaven verkeerde namen aan. Ik kon mij niet meer precies herinneren wat de verwarring was en besloot op zoektocht te gaan.
Eind februari, om precies te zijn op 25 februari 2005, zocht ik vanaf de Nassaukade naar de Tweede Nassaustraat. Op de hoogte van het Hugo de Groot Plein ontdekte ik de Eerste Nassaustraat. Vervolgens kwam de Tweede Hugo de Grootstraat, terwijl ik verwachte dat dan de Tweede Nassaustraat zou komen.
Ik raakte volledig gedesoriënteerd.
Ik moest tal van mensen vragen waar de Tweede Nassaustraat was. Niemand kon mij dat vertellen. Een meisje van ongeveer 16 jaar jong vertelde mij: ‘u moet zo en zo lopen, dan komt u er vanzelf.’ Toen ik daar eindelijk aankwam, mijn benen hadden het bijna begeven, werd ik bij navraag weer teruggestuurd. Zodat ik de moed opgaf en besloot om naar de coffeeshop vlak bij het Hugo de Groot Plein te gaan. Ik had over deze coffeeshop gehoord, maar was er nog nooit geweest. Gelukkig had ik de shop snel gevonden, zodat ik mij niet meer ongerust hoefde te maken over het functioneren van mijn oriëntatie vermogen, waarvan ik af en toe gek word. Terwijl ik nog wel een zeiler ben en goed kan kaartlezen. En niet te vergeten dat ik de trotse bezitter ben van het diploma voor de binnenwateren deel 1 en deel 2 navigatie voor de kustwateren. Dit certificaat laat ik tegelijkertijd met mijn paspoort aan de douane zien als ik grenzen passeer.
Op het moment dat ik een vette joint aan het roken was kwam er een man van mijn leeftijd binnen. Hij begon een raar verhaal af te steken. Over een man die net in de wijk was komen wonen. Deze man was volgens zeggen een bijzonder vreemd type. Hij deed wat in hem op kwam. Wanneer hij dacht: ik ga naar Thailand, dan vertrok hij dezelfde dag nog en had daar geen enkel probleem mee.
‘Waar is zijn verantwoordelijkheid,’ riep hij luidkeels door de coffeeshop. ‘Je kunt toch niet wanneer je vandaag naar een ander land wilt, zomaar je biezen pakken en vertrekken?’
‘Steek nog een joint op,’ zei ik. ‘Wil je er een van mij?’
Hij accepteerde dit zonder omhalen.
Een tafel verderop zat een oudere heer een boek te lezen. Aan zijn houding merkte ik dat hij met zichtbaar genoegen naar ons gesprek zat te luisteren.
‘Waarom zou dat niet kunnen,’ vroeg ik de man aan wie ik een joint had gegeven.
‘Een mens heeft toch zijn verantwoordelijkheden?’
‘Welke?’
Hij wist hier niet zo direct een antwoord op.
‘Stel, vervolgde ik. ‘Dat deze man dit bewust doet en zijn verantwoordelijkheden wel kent. Stel dat hij bijvoorbeeld kinderen heeft die al volwassen zijn en zich in deze maatschappij kunnen redden. Stel dat hij in celibaat leeft. Wat is er dan mis mee om je hartstochten te volgen. Je doet er immers niemand kwaad mee. Waarom doe jij dat niet?’
‘Nee, dat kan niet. Ik heb een vriendin in Londen!’
‘Ah, wat leuk voor jou. Je gaat haar zeker ieder weekend opzoeken?’
‘Nou, nee dat kan niet, veel te duur. Ik zie haar eenmaal in de maand.’
‘Ik heb een vriendin in Nepal,’ zei ik.
‘Hoe vaak zie je haar?’
‘Een maal per jaar en dat is al veel.’
Hij schudde zijn hoofd en wist niet zo goed wat hij met dit antwoord aan moest. De oudere man mengde zich in het gesprek en zei: ‘volgens mij bent u die man. Wanneer iedereen dat gaat doen? Wat dan?’
‘Om die gedachte bekommer ik mij echt niet,’ antwoordde ik hem. ‘Misschien is het leuk dat iedereen dit gaat doen. Bovendien, je kunt dit alleen doen als je geen verplichtingen hebt.’
‘Ja,’ vervolgde de oudere heer. ‘Je kunt toch pas echt gaan genieten wanneer je met pensioen gaat. Indien je hard gewerkt hebt in je leven.’
‘Dat doe ik liever nu al.’
Vervolgens vroeg ik, terwijl ik opstond om weg te gaan, hoe ik de Tweede Nassau straat kon vinden.
Het bleek om de hoek te zijn van mijn tijdelijk onderkomen. Er was daar een coffeeshop van dezelfde eigenaar van de coffeeshop waar ik nu was. Ik durfde niet te zeggen dat ik daar vrijwel ieder dag even kwam om een wietje te roken en koffie te drinken. Niet omdat ik mij schaamde voor het roken van een wietje, maar omdat ik zo in de war was.
Toen ik deze fout in straatnaamborden 35 jaar geleden voor het eerst ontdekte vertelde ik dat aan een vriend van mij. Een kleinzoon van de bevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten tijdens de Eerste Wereldoorlog.
‘Dat zal ik eens uitzoeken,’ zei hij. ‘Volgens mij klopt er iets niet.’
Toen ik hem enkele dagen later weer tegenkwam vertelde hij dat hij het probleem had opgelost.
‘Er zit een fout in het systeem. We zullen het eruit halen,’ zei hij.
‘In welk systeem?’
‘In jouw systeem natuurlijk, wat dacht je dan. Bovendien is het erg vervelend voor de mensen die daar wonen. Ze moeten het bordje iedere keer weer veranderen. Men heeft dit nu al minstens tienmaal moeten doen. Iedere keer wanneer jij daar langs komt verandert de naam in de Eerste Nassaustraat, terwijl het de Eerste Hugo de Grootstraat is. Echt heel erg vervelend. Vooral voor mensen die daar op bezoek willen komen. Over de postbodes wil ik het niet eens hebben. Die zijn zeer verbolgen en dreigen met maatregelen.’
Volgend Hoofdstuk van Sonstral
Inhoudsopgave
Startpagina
Casparus RH.
December 2005. Copyright ©.