English
Hoofdstuk 2. Operaties. 

Volgens mijn paspoort ben ik in de hongerwinter op 19 februari 1944, in Amsterdam, geboren. Ik heb alle redenen om hier aan te twijfelen. Ik weet dat het vreemd klinkt.
Bij elkaar ben ik ongeveer veertien jaar lang ziek geweest. Niet dat ik dit erg vond. Het was gewoonweg niet anders. Nu achteraf vraag ik mij af waarom mij dit is overkomen. Bovendien is er veel gebeurd waarvan ik geen weet had, maar die ik, sinds ik zestig jaar oud ben geworden, voor het eerst kan herinneren. Ik heb veel gereisd. Vele landen gezien. Het oproepen van mijn herinneringen door het schrijven van dit boek is de mooiste ontdekkingsreis van mijn leven.

Van mijn familie heb ik gehoord dat toen ik vijf jaar oud was nog nauwelijks kon lopen. De botten van mijn benen groeiden sneller dan mijn spieren. Ik ben tweemaal achter elkaar, met een kleine tussenpauze, geopereerd door een destijds bekende chirurg van het toenmalige OLVG ziekenhuis in Amsterdam. Kort daarna heb ik drie maal achter elkaar een dubbele longontsteking gehad. Na die operaties en ontstekingen zijn mijn ouders naar Den Bosch verhuisd. Daar ging ik voor het eerst naar de lagere school. In de eerste klas heb ik nog een heel jaar met beugels en hoge schoenen gelopen. Toen ik achttien was heb ik een hersteloperatie aan mijn rechter voet ondergaan. De grote teen van mijn rechtervoet was volledig onder mijn andere tenen gegroeid.
In het laatste jaar van mijn middelbare schooltijd kreeg ik last van ontzettende pijnen in mijn buik. Midden in de nacht werd ik wakker door mijn eigen gegil. De artsen wisten niet wat het was en dachten in eerste instantie aan aanstellerij. De dagen na zo’n aanval kon ik niet goed functioneren.
Tien jaar later liet ik op mijn verzoek een onderzoek instellen bij een radioloog. Hij liet mij dezelfde dag opnemen in het VU ziekenhuis in Amsterdam. Hier hoorde ik dat de verbinding tussen mijn linker nier en blaas, de ureter, vergroeid was en dat een spoedoperatie noodzakelijk was.
Het duurde jaren voordat ik van deze operatie hersteld was en weer normaal kon functioneren.Vervolgens kreeg ik drie maal, vrijwel achter elkaar, een liesbreuk die zodanig van aard was dat een operatie noodzakelijk was.
Aan de lagere school vond ik niets aan. Ik zag er het nut niet van in. Men hoefde mij maar iets uit te leggen en ik wist het.
Ik had een enorme passie in het maken en trekken van geometrische lijnen op stoeptegels waar de andere kinderen gretig gebruik van maakten voor hink, stap en spring spelletjes. Bij het voetballen op straat was ik meestal keeper, omdat ik niet zo snel kon lopen vanwege mijn rare voeten. In de winter was ik keeper bij het ijshockeyen, omdat ik alleen achteruit kon schaatsen.
Op de middelbare school blonk ik uit in exacte vakken. Talen heb ik later in bed van buitenlandse vriendinnen geleerd.
Mijn studietijd was een grote mislukking. Ik bakte er werkelijk niets van en was niet meer dan een losgelaten bronzige stier in het Amsterdamse nachtleven. Dit waarschijnlijk als compensatie van de vijf benauwende jaren op kostschool waar ik uiteindelijk, na een keer gezakt te zijn voor het eindexamen, mijn HBS-b diploma heb gehaald.
Mijn moeder overleed plotseling toen ik tien jaar oud was. Ik kan mij nauwelijks iets van haar herinneren. Wel heb ik nog een goed beeld van haar toen zij lag opgebaard in de rouwkamer van het ziekenhuis.
Ik schrok. Zij zag helemaal blauw.
Het was een echte Brabantse met een Franse achternaam, zoals dat veel voorkomt beneden de grote rivieren. Ze was het enige kind van een welgestelde Tilburgse textielfabrikant die ten slotte aan lager wal was geraakt door een ziekte aan de ogen. De artsen hadden zijn ogen uit zijn karkassen moeten halen om erger te voorkomen. Haar moeder was, zoals mijn moeder, depressief. Haar langste zinnen bestonden uit hooguit drie woorden en in elke opvolgende zin werd een totaal ander onderwerp aangesneden. Haar vader heb ik nooit horen spreken. Hij zat de hele dag in zijn stoel op een rubberen ring. Te wachten op zijn dood. Dertig jaar lang.
Mijn vader werkte bij een groot levensmiddelen concern als fiscaal jurist. De ouders van mijn vader woonden na hun pensioen in Breda. Zijn vader was vroeger directeur van het postkantoor in Tilburg.
Mijn broer zat, reeds jong, merkwaardig in elkaar en vertoonde vaak plotseling opkomende agressieve buien. Deze buien waren soms zo heftig dat ik een veilig heenkomen moest zoeken. Ik leefde met de mogelijkheid van een doodsklap. Ondanks dat was hij zeer verlegen, schuw, en liep hij met een gekromde rug. Zijn hoofd verborgen in ver omhoog getrokken schouders.

Volgend Hoofdstuk van Sonstral
Inhoudsopgave
Startpagina

Casparus RH
December 2005. Copyright ©.

   
   
 
   
         
         
   
   
         
         
         
         
   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   
    http://s5.histats.com/stats/r.php?16882&100&3&urlr=&www.sonstral.com/Nederlands/Hoofdstukken html/Hoofdstuk 02/Hoofdstuk 2.html