Hoofdstuk 9. Verandering in een monster. 

De avond voordat ik in slaap viel hoorde ik van een stem in mijn hoofd dat ik mij in een verschrikkelijk dier, een kruising tussen een reptiel en een insect, kon veranderen.
Ik geloofde de stem niet. Het klonk te onwaarschijnlijk.
De volgende ochtend werd ik met een enorm nieuwsgierig gevoel wakker. Ik wilde slechts een ding en dat was het uitproberen. De hele schooldag was ik bezig dit idee uit te werken. Ik vroeg mij voortdurend af waar ik de proef op de som kon nemen.
Toen ik van de lagere school naar huis liep hoorde ik van de stem dat ik dit het best boven op mijn slaapkamer zou kunnen doen. Er was verder toch niemand in huis en dit was de meest veilige plek. Enthousiast zette ik het op een loopje. Mijn lichaam voelde aan als elastiek toen ik de trap op vloog. Gezien mijn mislukte benen en voeten hield ik dat niet voor mogelijk. Het was zelfs niet eens nodig de treden aan te raken. Ik sloeg het gordijn van de zolderkamer open. Te klein. Er was geen ruimte vanwege de twee bedden waar je net omheen kon lopen.
‘Kijk naar boven,’ hoorde ik de stem zeggen.
Op het plafond bevond zich een bruine plek van een lekkage. Ik vond het niet belangrijk. Ik sprong op het plafond en begon mij vrijwel onmiddellijk te veranderen in het wezen waarover ik lang had nagedacht. Alhoewel ik mij er geen enkele voorstelling van kon maken wat het resultaat zou zijn. In een mum van tijd was ik een strijdbaar en onverslaanbaar monster geworden. Ik moet zeggen dat ik mij hierbij zeer verheugd en opgewonden voelde. Bovendien was ik uiterst waakzaam. Ik was gehuld in een enorm schild waar ik al mijn ledematen en voelhorens onder kon verbergen. Het was werkelijk megaloos. Door alle wapens die ik in mijn lichaam droeg voelde ik mij zo sterk dat ik heel de wereld aankon. Vanuit vele openingen in mijn schild kon ik tal van ledematen naar buiten brengen. Indien ik ze weer introk kon ik de gaten door een speciale constructie in mijn schild volledig afsluiten, zodat er niemand bij kon komen.
Ik kon de meest ondenkbare wapens, waar ik zelfs niet eens de functie van kende, vanuit mijn lichaam schieten. Op ieder gewenst doel. Precies getimed, altijd raak. Ik kon in alle kalmte mijn doel bepalen en liet de wapens, een soort lasers, pas afgaan nadat ik in de roos had geschoten. Hoe onwaarschijnlijk dit ook klinkt! Mijn bewustzijn zat voor in de kop en overzag de omgeving in 360 graden. Geen enkel detail ontging mij. Ik wist alles, zag alles. De adrenaline in mijn lichaam alleen al was dodelijk voor iedereen die te dicht bij zou komen. Ik begreep dat indien anderen mij zouden zien niet meer bij zouden komen van schrik. Terwijl ik normaal gesproken een zacht, teder en vooral nobel karakter heb.
Al mijn zintuigen waren overal en tegelijkertijd aanwezig. Op iedere plaats in de wereld. Ik kon zelfs de klokken horen luiden in welke plaats dan ook op onze aarde. Ik zag alles waaraan ik dacht.
Op een gegeven moment ging mijn aandacht uit naar een geluid op de trap. Dwars door de gordijnen en muren zag ik mijn broer naar boven rennen. Ondertussen riep hij voortdurend mijn naam. Toen hij het gordijn opende werd hij lijkbleek en kromp in elkaar.
Ik liet mij op de grond zakken, terwijl ik weer in mijn normale postuur veranderde. Ik zorgde er natuurlijk wel voor dat ik een hoofd groter bleef dan mijn broer.
‘Ik vermoord je als je hier met iemand over praat,’ schreeuwde ik.
Hij heeft het dus wel gedaan. Alleen binnen de familie. Er zijn genoeg flapuiten die in dronkenschap hun mond voorbij praten.
Ik kan mij herinneren dat ik dit voorval lang geleden heb verteld aan Franz Kafka. Zijn fenomenale versie maakt nog steeds een enorme indruk op mij.

Volgend Hoofdstuk van Sonstral
Inhoudsopgave
Startpagina

Casparus RH
December 2005. Copyright ©.